
Ik dacht dat doe ik wel even. Ik heb het eerder gedaan tenslotte.
Wat zeg ik…wel een keer of 10.
Ik heb het over laminaat leggen. Laminaat in mijn wolatelier. (Gut wat klinkt dat leuk…wolatelier. Net echt.)
Het breekwerk is gedaan en alle wanden zijn afgetimmerd eindelijk. Jippie, tijd om weer op te bouwen, dacht ik vrolijk vanochtend. Totdat om 10 uur de telefoon ging.
Schoonpapa (die me geheel belangeloos helpt met de verbouwing van de zolder) meldt: ik ben ziek! Ik kan echt niet komen vandaag. Misschien kom ik woensdag als ik me weer beter voel.
Even heb ik de neiging met mijn voeten op de grond te gaan stampen van frustratie: IK WIL VANDAAG EEN VLOER! Maar ik hou me in, natuurlijk, ik ben volwassen, ik ben de driftkop-periode allang ontgroeid en ach wat is 2 dagen nou.
Als ik ophang en naar de keuken loop voor een kopje troost-senseo dringt een klein stemmetje mijn hoofd binnen.
“Je kunt het ook alleen..”
Ik sta stil en hoor het stemmetje nog eens melden dat ik het ook alleen kan doen. “Weet je nog vroeger?” Zegt het tegen me. “Vroeger draaide je daar je hand niet voor om. Je legde laminaat, je stuukte wanden, betegelde badkamers en en…”
Ja, werp ik tegen, vroegûh…toen had ik nog geen kinderen. Toen hoefde ik me niet aan een dagindeling te houden en ging ik door tot in de late uurtjes. Als ik er nu zelf aan begin moet ik halverwege de dag alweer ophouden om de koters van school te halen en blijft het allemaal weer liggen en dan kan ik er morgen pas weer mee verder. En ik moet eigenlijk nog een paar wassen draaien vandaag en van stofzuigen is het de afgelopen dagen ook al niet gekomen en…
“Watje!” Het stemmetje begint te schelden. “Allemaal smoesjes!”
Kijk, daar kan ik dus niet tegen hè. Ik ben een hoop maar géén watje! Dus om dat stemmetje voor eens en voor altijd te laten zien dat ik geen watje ben, loop ik naar boven om mijn klusbroek+trui aan te trekken. “Ik zal je wel eens even wat laten zien, vervelend rot-stemmetje!” Brom ik terwijl ik liggend op bed uit alle macht probeer die broek dicht te krijgen. Om vervolgens een andere broek die wel past te bevorderen tot klusbroek. Vroegûh was ik kennelijk ook een stuk slanker.
Ik zoek alle spullen bij elkaar. Decoupeerzaag, meetlat, aanslagblok, hamer, afstandblokjes, timmermanspotlood, heb ik alles? Aan de slag dan! Een half uur later en 100 vloeken later ligt eindelijk de eerste rij. Er vormen zich zweetdruppeltjes op mijn voorhoofd. Oef, die trui is toch wel warm, uit dat ding!
Om 2 uur gaat het alarm op mijn mobiel af ten teken dat ik de kinderen straks van school moet halen. Ik krabbel overeind uit een lastig hoekje en voel mijn spieren protesteren. Ik ben over de helft.
Als ik de kinderen uit school heb gehaald en ze aan tafel geïnstalleerd heb met drinken een kleine snack en genoeg verfspullen om mijn keuken een make-over te geven vertrek ik weer naar boven. Ik durf het risico te nemen…
Om kwart over 5 (na diverse keren heen een weer lopen om te checken of mijn picasso’s het nog steeds bij het papier houden en niet mijn keukenkastjes) hoor ik mijn man thuiskomen. Schat? Wat eten we? Roept hij naar boven. Ik hou me doof. De potten en pannen zijn voor hem vanavond, mama is aan het klussen! Na een paar minuten verschijnt zijn hoofd om de hoek en werpt een blik op mijn verwilderde uiterlijk. Ik ben bijna klaar, alleen nog die laatste paar planken waar rare hoekjes uitgezaagd moeten worden. Ik lig op mijn knieën te passen en te meten. Hij vertrekt weer naar beneden.
Om 6 uur is het klaar. Eindelijk.
Ik hijs mezelf overeind en besef dat dit lichaam niet meer is wat het geweest is. Alles, maar dan ook A.L.L.E.S. doet me zeer. Ik voel me alsof ik anderhalve marathon heb gelopen en strompel naar beneden. Het eten is bijna klaar zie je nou wel dat ie het kan! en ik beloof mezelf straks een heet bad. Vervelend rot-stemmetje! Maar de vloer ligt er strak in…
Morgen maak ik foto’s, nu ga ik dit ouwe lijf naar bed slepen.